Naoufal Mohammadi (18) als omstander doodgeschoten in waterpijpcafé aan de Ten Katestraat
Op vrijdagavond 11 november 2016 was het Sint-Maarten in de Ten Katestraat in Amsterdam-West. Kinderen liepen met lampionnen langs de deuren en het was druk op straat. Onder de mensen die daar rond half zeven 's avonds stonden was Naoufal Mohammadi, een 18-jarige Amsterdammer van Marokkaanse afkomst die op het vmbo zat. Die avond kwam de 34-jarige Glotwich S., bijgenaamd 'Glotje', waterpijpcafé Obba op nummer 26a binnen met een pistool. Hij liet het wapen zien aan een van de twee broers die de zaak runden en vertrok weer. Volgens het Openbaar Ministerie was er sprake van een poging tot afpersing. De broers gingen achter hem aan. Toen zij hem inhaalden, ontstond een worsteling en begon S. te schieten; hij vuurde minstens zeven kogels af op de vluchtende broers. Drie mensen werden geraakt. De twee broers, 24 en 22 jaar oud, raakten lichtgewond en konden het ziekenhuis snel weer verlaten. Naoufal Mohammadi stond op enkele meters afstand toe te kijken en had niets met het conflict te maken. Hij werd dodelijk geraakt en overleed aan zijn verwondingen. Glotwich S. werd in december 2016 aangehouden; de politie maakte dat in januari 2017 bekend. Op 27 februari 2018 veroordeelde de rechtbank hem tot zestien jaar gevangenisstraf wegens doodslag. De rechtbank woog zwaar mee dat hij een volstrekt onschuldige omstander had gedood en dat er, gezien de drukte op straat, nog veel meer slachtoffers hadden kunnen vallen. Het Openbaar Ministerie had tbs gevraagd, maar de rechtbank legde die niet op: S. was na een eerdere zaak onderzocht en toen zwakbegaafd bevonden, maar die informatie werd te oud bevonden, en hij weigerde mee te werken aan nieuw onderzoek. Zowel S. als het Openbaar Ministerie ging in hoger beroep. Daarbij woog zijn verleden zwaar. In 2007 had S. al een man doodgeschoten die zich verzette tegen een beroving; daarvoor kreeg hij acht jaar cel. Ten tijde van de schietpartij in de Ten Katestraat was hij voorwaardelijk vrij en moest hij van die eerdere straf nog drie jaar uitzitten. Op 22 juli 2020 legde het gerechtshof een hogere straf op dan het Openbaar Ministerie had geëist: twintig jaar gevangenisstraf, tegenover een eis van achttien jaar. Ook het hof legde geen tbs op. Het hof wees op zijn eerdere veroordeling voor een dodelijke schietpartij, op zijn weigering mee te werken aan psychiatrisch onderzoek ondanks vastgestelde problematiek, en op het onmetelijke leed dat hij zowel de nabestaanden van Mohammadi als de twee broers had aangedaan. Van een cassatieberoep is in de berichtgeving niets terug te vinden.

Bron: AT5