← Bekijk op de kaartRead in English

Cyprian Broekhuis (23) door agenten doodgeschoten bij gedwongen opname in de Wagenaarstraat

Datum
SlachtofferCyprian Broekhuis (23)
DaderPolitie
DoodsoorzaakSchietpartij door politie
Statusniet-vervolgd
Cyprian Broekhuis — 'Cyp' voor zijn ouders — was 23 jaar oud en leed aan schizofrenie. Hij was het enige kind van beeldend kunstenaar Robert Broekhuis en paramedicus Nan Romijn: een teruggetrokken jongen die gedichten en pentekeningen maakte. Na zijn eerste psychose in 2012 volgden jaren van intakes, wachtlijsten en wisselende behandelaren — zijn ouders telden er vijfendertig. In maart 2016 moest hij weg bij zijn begeleid-wonenplek Parkrand en kwam hij tijdelijk terecht in een eenkamerwoning aan de Wagenaarstraat in Amsterdam-Oost, waar hij de gordijnen dicht hield en nauwelijks buiten kwam. Twee dagen voor zijn dood werd Cyp boos toen zijn vaste begeleider over ondercuratelestelling begon, en zei hij dat hij een mes in zijn rug zou steken als hij niet wegging. Op 7 september 2016 besloot het zorgteam tot een gedwongen opname. Toen Cyp die middag niet opendeed, vreesde zijn begeleider suïcide en kwam hij een uur later terug met politieassistentie. Vier agenten hoorden voor de deur over de bedreiging van twee dagen eerder, en dat de jongen tot dan toe alleen verbaal agressief was geweest. Met een sleutel van de begeleiding liepen zeven mensen de schemerige kamer binnen. Cyp lag in zijn slaapzak op bed. Hij keek versuft op, ging op de rand zitten en trok zijn broek aan; hij oogde afwezig, niet bedreigend. De agenten zwegen en legden een schaar, een mesje en een geodriehoek weg. Het werd grimmiger toen de begeleider over de bedreiging begon en Cyp zei dat hij geen zorg wilde. Twee begeleiders vertelden hem dat hij gedwongen zou worden opgenomen en liepen naar de achterkamer. Toen zei de agent aan het voeteneinde dat hij Cyp wilde fouilleren. Cyp sprong op: „Dat gaan we niet doen. Je mag niet aan me komen.” Er vielen zes schoten. Hij overleed in het ziekenhuis. Over die seconden lopen de lezingen uiteen. De twee schutters verklaarden dat Cyp een mes uit zijn broekzak trok en op een van hen richtte; een van hen sprak van doodsangst. Ook de twee agenten die niet schoten zeiden een mes te hebben gezien. Van de drie ggz-medewerkers in de woning zag niemand een mes. Eén van hen hoorde een agent zeggen: „Ik dacht dat hij een mes trok”, en zag de hoofdagent een rond zwart voorwerp achterwaarts op de grond gooien. De Rijksrecherche verhoorde de ggz-medewerkers binnen een uur, maar de twee schutters pas na twee dagen — in strijd met de richtlijn van 24 uur — en die hadden vóór hun verhoor al een interne evaluatie gehouden. Bij de eerste doorzoeking, negen uur lang, werd geen mes gevonden. Pas de dag erna lagen er, na een tip van een betrokken agent, onder de bank in de achterkamer twee voorwerpen pal naast elkaar: een survivalmes en een zwarte ronde zaklamp. Begin maart 2017 besloot het Openbaar Ministerie de agenten niet te vervolgen: er was uit noodweer geschoten. De ouders gingen in beroep via een artikel 12-procedure — elke patiënt die wordt opgenomen, hoort veilig in de kliniek aan te komen, was hun standpunt. Advocaat Wieteke Drummen: „Mes of geen mes, de mogelijkheid van een doofpot had voorkomen moeten worden.” Op 4 april 2018 verklaarde het gerechtshof het beklag ongegrond. In Zembla concludeerden deskundigen later dat nooit is onderzocht of de agenten een zaklamp voor een mes hadden aangezien.
Cyprian Broekhuis (23)
Cyprian Broekhuis (23)
Bron: NRC