Jongerenwerker Romano Oxford (23) doodgestoken op het Kastanjeplein
Romano Oxford, een 23-jarige jongerenwerker uit Amsterdam, werd op maandag 4 juli 2016 doodgestoken op straat in Amsterdam-Oost. Hij stond in zijn omgeving bekend als een sociale, betrokken en rustige jongen die met jongeren werkte en door familie en vrienden werd omschreven als een vredestichter. Aan de steekpartij ging een conflict vooraf rond de ex-vriendin van de verdachte, Andrew T. Die vrouw had Andrew T. naar een echokliniek in Amsterdam-Oost laten komen. Romano Oxford was daar ook aanwezig. Volgens Andrew T. leek het alsof Romano hem iets wilde aandoen, terwijl zijn ex riep dat zij niet zwanger was. Later die dag liep de situatie op straat uit de hand. Andrew T. stak Romano dertien keer, onder meer in zijn borst en hals. Eén van de steekwonden was ongeveer dertien centimeter diep. Romano werd nog gereanimeerd, maar overleed aan zijn verwondingen. Andrew T. gaf toe dat hij Romano had gestoken, maar zei dat hij uit zelfverdediging had gehandeld en zich het steken zelf niet goed kon herinneren. Hij verklaarde dat hij alleen antwoorden wilde en niet wilde vechten. De rechtbank ging niet mee in zijn beroep op noodweer. Het Openbaar Ministerie zag de steekpartij als een daad uit woede en jaloezie en eiste twaalf jaar gevangenisstraf. De rechtbank vond moord met voorbedachte raad niet bewezen, maar achtte doodslag wel bewezen. Op 14 juni 2017 werd Andrew T., toen 22 jaar oud, veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor het doodsteken van Romano Oxford. De rechtbank benadrukte dat de gewelddadige dood van Romano grote impact had op zijn familie en vrienden. Tijdens de zitting spraken zijn moeder en zussen over het verlies, over het feit dat veel mensen via sociale media al eerder van zijn dood wisten dan zijn moeder, en over hoe Romano werd herinnerd als een geliefde zoon, broer en jongerenwerker. Op 26 juni 2018 verwierp het gerechtshof Amsterdam het beroep op noodweerexces en veroordeelde de dader voor doodslag tot tien jaar gevangenisstraf; ook kende het hof shockschade toe aan nabestaanden. De Hoge Raad liet dat arrest op 28 mei 2019 in stand, waarmee de zaak onherroepelijk werd.

Bron: AT5