Mickey Fudge (31) door politie doodgeschoten op het Westeinde, naast de Nederlandsche Bank.
De 31-jarige Michael “Mickey” Fudge, een in Amsterdam wonende Brit met ook de Nederlandse nationaliteit, werd op 6 februari 2019 doodgeschoten door de politie bij De Nederlandsche Bank aan het Frederiksplein/Westeinde in Amsterdam. Rond 19.15 uur kwam er een melding binnen van een man met een vuurwapen bij de bank. Volgens het Openbaar Ministerie zagen agenten een man met een vuurwapen of een daarop gelijkend voorwerp lopen; toen hij op de politie af kwam lopen, schoten de agenten. Later bleek dat Fudge een nepvuurwapen bij zich had dat uiterlijk niet van echt te onderscheiden was. Bij het incident werden meer dan twintig schoten gelost en ook een fietser raakte gewond door een rondvliegende kogel. Volgens zijn moeder, Tanja Samojlenko, leed Mickey al sinds zijn jeugd aan ernstige angststoornissen en depressies, en had hij eerder gezegd dat hij zich bij De Nederlandsche Bank door de politie of marechaussee wilde laten doodschieten. Het Openbaar Ministerie concludeerde na onderzoek dat sprake was van “suicide by cop”: Fudge zou die avond bewust hebben geprobeerd door politiekogels om het leven te komen. De Rijksrecherche onderzocht het optreden van de agenten. Volgens latere berichtgeving concludeerde het OM dat Fudge een nepwapen had en erop uit was door de politie te worden doodgeschoten; de betrokken agenten hielden op dat moment serieus rekening met een aanslag en zouden volgens het onderzoek correct hebben gehandeld. De zaak leidde tot discussie over politiegeweld, het aantal geloste schoten en de omgang met mensen in psychische nood, maar er kwam geen strafzaak tegen de agenten.

Bron: Parool.nl